Glucosamine en chondroitine: voedingssupplementen voor de behandeling van artrose. Helpt het?
Al een aantal jaren worden de voedingssupplementen glucosamine en chondroïtine gebruikt door mensen met (pijn)klachten als gevolg van artrose.
Is echter wel aangetoond dat deze middelen effectief zijn? En zijn er geen risico’s en bijwerkingen op de lange duur?
Aanvankelijk werd onderzoek naar deze middelen alleen verricht door de voedingssupplementenindustrie. Dat klinkt weinig betrouwbaar en dat is het ook. Gelukkig worden nu ook onafhankelijke wetenschappelijke onderzoeken gedaan. Hieruit blijkt het volgende:
- Hoewel er duidelijke aanwijzingen lijken te zijn voor een gunstig effect, is een definitieve plaatsbepaling van deze middelen bij de behandeling van artrose nog niet mogelijk.
- Eind 2005 worden de uitkomsten van een groot Amerikaans onderzoek bekend. Dan komt een antwoord op de vraag of de verbetering van de (pijn)klachten werkelijk te danken is aan deze voedingssupplementen. Wij komen hier begin 2006 op terug.
- Glucosamine en chondroïtine zijn niet geregistreerd als geneesmiddelen, maar vallen onder de Warenwet. Om die reden vindt er geen gericht onderzoek plaats naar bijwerkingen.
- Vooralsnog lijken de bijwerkingen van deze middelen beperkt te zijn en niet ernstig van aard.
- Bijwerkingen op langere termijn zijn niet bekend.
- Mensen met suikerziekte dienen voorzichtig te zijn met het gebruik van deze middelen.
- Er zit een enorm verschil in de kwaliteit van de verschillende glucosaminepreparaten die in de handel zijn, ook de doseringen en de namen van de stoffen kunnen verschillen. Dit maakt het moeilijk controleerbaar voor de consument.
- De wetenschappelijke onderzoeken zijn uitgevoerd met een dosis van 1500 mg glucosaminesulfaat en 1200 mg chondroitinesulfaat per dag.
Op de verpakking van de 15 belangrijkste glucosaminepreparaten in
Nederland schommelt de aanbevolen dosering tussen de 250 mg en de
2850 mg per dag of staat de dosering niet duidelijk vermeld. Ook
wordt op de verpakking van 4 van de 15 glucosaminemerken een te
hoog gehalte aan glucosaminesulfaat genoemd. In werkelijkheid is de
glucosamine dan gecombineerd met een andere stof, zoals
kaliumchloride. Let dus goed op!
Het toevoegen van andere stoffen, zoals mangaan, selenium, vitamine C enz. is niet bewezen effectief, nadelen zijn echter ook niet bekend.
Glucosamine wordt gewonnen uit schaaldieren, chondroïtine vooral uit kraakbeen van runderen en kalveren. Om die reden is chondroïtine wat minder populair geweest na de uitbraak van de gekkekoeienziekte. Chondroïtine bestaat uit grote moleculen, waarvan slechts 10% wordt opgenomen via het maagdarmkanaal. Het wordt nauwelijks als enkelvoudig preparaat in de handel gebracht, maar meestal gecombineerd met glucosamine.
Bron
Geneesmiddelenbulletin (Gebu 2005;39:67).

