- Noteer de eerste en de daarop volgende dagen van de
menstruatie. Doe dit een aantal maanden achter elkaar. Dan wordt
duidelijk hoe lang je cyclus duurt. Is je cyclus regelmatig, dus
ongeveer 28 dagen, dan vindt de eisprong plaats tussen de 14e en de
7e dag vóór de volgende menstruatie. Dat is ongeveer halverwege de
cyclus. De dag voor de eisprong is een vrouw het meest vruchtbaar,
maar ook vijf à zes dagen voor de eisprong kun je zwanger worden.
(Bedenk dat deze rekenmethode niet betrouwbaar genoeg is om een
zwangerschap te voorkomen.)
- Het voelen van de eisprong: sommige vrouwen voelen wanneer de
eisprong plaatsvindt. Ze hebben dan een lichte pijn of kramp of een
raar gevoel aan één kant in de onderbuik. Door iedere maand op te
schrijven wanneer dit is, kun je hierin een regelmaat
ontdekken.
- De slijmtest: zie bij de andere onderwerpen.
- De ovulatietest: deze test is vrij verkrijgbaar bij de
apotheek, maar wel prijzig. Met deze test kan het hormoon LH
(Luteïniserend Hormoon), dat voor de eisprong zorgt, worden
aangetoond in de urine. Dit LH is ongeveer een dag vóór de eisprong
in grote hoeveelheden in het bloed en in de urine aanwezig. Als de
test positief is, betekent dit dat de eisprong 24 tot 36 uur later
plaatsvindt.
- De temperatuurmethode: vlak na de eisprong stijgt de
lichaamstemperatuur iets, en deze blijft wat hoger tot de
eerstvolgende menstruatie. De eisprong heeft plaatsgevonden wanneer
drie opeenvolgende metingen minstens 0,3 tot 0,5 graden Celsius
boven de vorige metingen zitten. Meet iedere morgen de temperatuur,
als het kan op hetzelfde tijdstip en voordat je opstaat. Meet ook
steeds op dezelfde wijze: in de anus, onder de oksel of onder de
tong. Noteer de temperatuur op een temperatuurkaart door dagelijks
een kruisje te zetten in het vakje achter de gemeten
temperatuur.
- De temperatuurmethode is bewerkelijk en matig betrouwbaar. Ook
lukt het niet bij iedere vrouw om de temperatuurverhoging vast te
stellen. Toch vragen huisarts en gynaecoloog vaak aan vrouwen bij
wie het niet lukt om zwanger te worden om de eisprong gedurende een
aantal maanden vast te stellen met de temperatuurmethode. De eerste
vraag waarop een arts dus antwoord wil hebben is: is er een
eisprong?
- Een temperatuurkaart, die iedere maand kan worden gebruikt om
de ochtendtemperatuur te noteren, is via de huisarts
verkrijgbaar.
