Stress en depressie

“Overspannen, zegt de dokter, en hij stuurt Bart een tijdje naar huis. Dat helpt niet. Depressief, zegt de dokter. Bart blijft thuis. WAO, zegt de dokter. En daar zit Bart dan. Hij geeft zichzelf de schuld, hij geeft zijn chef de schuld, de dokter, de collega’s, die ook nooit eens wat zeiden, iedereen behalve de ware hoofdschuldige: zijn eigen hersens.

Hersenen zijn betrekkelijk onwetende, beperkte dingen. Informatieverwerkende machines die het moeten doen met de methoden, technieken, scenario’s en reactiepatronen die de genen ze aanreiken. Die scenario’s en reactiepatronen zijn in de loop van duizenden jaren evolutie in vorm geslepen. Het zijn in termen van overlevings- en voortplantingskansen, de manieren van omgaan met onze omgeving die het beste zijn gebleken. Of beter, dat waren ze.

Natuurlijke selectie en mutatie, de hoekstenen van de evolutie, zijn trage processen. Zo traag, dat ze de snelheid waarmee onze leefomgeving in de laatste tienduizend jaar veranderd is, op geen stukken na kunnen bijhouden. Weliswaar zijn onze hersenen om onduidelijke redenen in de laatste paar honderdduizend jaar enorm gegroeid, wat ons in staat stelt tot rationeel denken en tot het uitvoeren van enorm complexe taken. Toch verschilt ons genoom (het geheel van alle genen van de chromosomen van een mens) nog maar ongeveer 10% van dat van een muis, terwijl de evolutionaire paden van mens en muis al zo’n honderd miljoen jaar geleden uiteen weken. Het resultaat is dat we met onze nieuw verworven rationele vermogens enorm veel natuurlijke bedreigingen als wilde dieren, honger, ziekte en kou uit de weg geruimd hebben…, maar dat ons genoom, onze instincten en onze fundamentele reactiepatronen nog vrijwel niet zijn meegegroeid. Terwijl we ons dagelijks in onze auto’s in de file zitten op te vreten, verkeert ons ‘onderbewijstzijn’ nog op de vlakten waar we als oermensen in kuddeverband ons kostje bij elkaar scharrelden, en is ons genoom nog goeddeels ingesteld op de omstandigheden en gevaren uit die tijd.

Daarvoor betaalde Bart een hoge prijs. Misschien was er best met zijn chef te praten geweest en had die chef zelfs geen flauw idee van het effect dat zijn optreden had.

Misschien had een confrontatie tot een werkbaar compromis kunnen leiden, maar Bart durfde dat gevecht niet aan. Zijn hersenen gehoorzaamden de oeroude regels van zijn genen, die de chef beschouwden als een hongerige, agressieve tijger die dagenlang met kwijlende kaken voor Barts hol heen en weer sloop, wachtend op het moment dat Bart zich blootgaf. Dus bleef Bart zitten waar hij zat, tot het niet meer ging.”

Onze stress-as bestaat uit een keten van 3 hormoonregulerende organen: de hypothalamus, de hypofyse en de bijnierschors. Deze stress-as kan tijdens het leven worden verstoord door stressvolle gebeurtenissen. Ook de genen spelen in de vatbaarheid voor stress en/of depressie een belangrijke rol. Hierover gaat de column van augustus 2005.

Bron
Witte Hoogendijk en Rianne Lindhout. Het evolutionaire nut van depressie. In: Depressie. Bio-Wetenschappen en Maatschappij. 1/2005
.

Feedback Form