Stop met roken

Hoe kan een arts effectief helpen bij het stoppen van een tabaksverslaving?

Sinds maart 2005 is er een richtlijn voor de begeleiding van de roker, die werkt volgens de vijf A’s:

  • Aandacht. Vraag systematisch (bij voorkeur jaarlijks) of de patiënt rookt
  • Advies. Adviseer uitdrukkelijk te stoppen met roken
  • Assess. Stel de bereidheid om te stoppen met roken vast
  • Assisteer. Help bij het ondernemen van de stoppoging
  • Arrangeer. Zorg voor vervolgcontacten om terugvallen te voorkomen.


De vijf R’s moeten worden besproken met rokers die nog niet bereid zijn een stoppoging te ondernemen.

  • Relevantie. Waarom is het zinvol te stoppen, tot welke ziektes kan roken leiden.
  • Risico’s. Acute risico’s: astma, impotentie, schade tijdens een zwangerschap. Lange termijn risico’s: hart- en vaatziekten, kanker enzovoort. Risico’s voor anderen in de omgeving.
  • Rewards (beloning). Wat krijg je er voor terug als je stopt: betere gezondheid, beter voelen, geld, eten smaakt beter, alles ruikt lekkerder, huid wordt beter, goed voorbeeld voor kinderen.
  • Roadblocks (gedragsverandering) Wat maakt het zo moeilijk om te stoppen? Ontwenningsverschijnselen; angst om te falen, dalende motivatie; gewichtstoename; gebrek aan (sociale) steun; genot van tabak. De arts moet wijzen op de behandelingsmogelijkheden: gedragsveranderende training en/of medicijnen.
  • Repetition (herhaling). Dit gesprek moet worden herhaald met de roker.Vertel dat de meeste mensen pas na enkele stoppogingen weten te stoppen met roken.

 

Deze Richtlijn Behandeling van Tabaksverslaving is te vinden op: www.cbo.nl

Feedback Form