Artsen zijn wandelende infectiehaarden
Er is geen plekje van de menselijke huid waarop geen bacteriën zitten. Volgens tellingen bevinden zich op de handen vijfduizend tot vijf miljoen kolonievormende eenheden per vierkante centimeter. Het haar, de onderarmen en het kruis herbergen nog grotere concentraties. De handlijnen houden 10 tot 20% van de bacteriën vast, wat het moeilijk maakt om ze weg te krijgen, zelfs met een borstel, en sterilisatie is onmogelijk.
Werkers in de gezondheidszorg moeten strikte richtlijnen naleven bij het reinigen van hun handen, voordat zij in contact treden met een patiënt. Toch wassen artsen en verpleegkundigen hun handen maar een derde tot de helft zo vaak als zou moeten. “Nadat we een patiënt met een loopneus de hand hebben geschud, een kleverig verband van iemands wond hebben verwijderd, een stethoscoop tegen een zwetende borst hebben gedrukt, vegen de meesten van ons gewoon onze handen af aan onze witte jas en dan gaan we gauw weer door - we gaan naar de volgende patiënt, maken een aantekening in een dossier, of nemen een snelle hap in de kantine.”
“Dat het niet lukt om uitbraken van infecties in onze ziekenhuizen tegen te gaan is geen kwestie van onwetendheid, van niet weten wat ertegen te doen valt. Het is een kwestie van gebrek aan naleving: het falen van individuen om die kennis consequent toe te passen."
Maar naleving is moeilijk te bereiken. Waarom de zorgvuldigheid van de operatiekamer buiten de deuren daarvan nog altijd niet in acht wordt genomen is een raadsel. Juist de mensen die in de operatiekamer het voorzichtigst zijn, zijn vaak degenen die het minst voorzichtig zijn op zaal. Dat weet ik omdat ik me er van bewust ben dat ik een van diegenen ben. Over het algemeen probeer ik buiten de operatiekamer even gewetensvol mijn handen te wassen als daarbinnen. En daar slaag ik aardig in, houd ik mezelf voor. Maar dan bederf ik het weer. Dat overkomt me bijna iedere dag. Ik wandel bij een patiënt binnen, met mijn gedachten bij wat ik hem wil vertellen, of bij zijn familie, die misschien wel met bezorgde gezichten om zijn bed staat, en dan vergeet ik totaal om een scheut gel over mijn handen te wrijven, hoeveel waarschuwingsbordjes er ook aan de muur hangen. Soms denk ik er wel aan, maar dan steekt de patiënt zijn hand al uit om me te begroeten voor ik de zeep gevonden heb en dan vind ik het niet aardig om hem voorbij te lopen”.
“Iedereen hoopt altijd op een eenvoudige remedie: die ene simpele ingreep waarmee een probleem in 1 klap de wereld uit is. Maar zo gaat het meestal niet in het leven. Om succes te bereiken moeten honderd kleine stapjes in de juiste richting gedaan worden, een voor een, zonder misstappen en uitglijers, en iedereen in gelijke pas. We zijn gewend het werk van artsen te beschouwen als een solitaire, intellectuele taak. Maar voor het welslagen van de geneeskunde komt het stellen van een moeilijke diagnose er minder op aan dan ervoor zorgen dat iedereen zijn handen wast.”
Ondanks jarenlange strijd voor verbetering van de hygiëne, zijn de specialisten die dag in dag uit werken aan de bestrijding van ziekenhuisinfecties (microbiologen) er nog steeds van overtuigd dat verandering mogelijk is!
bron
Atul Gawande. Beter. Een chirurg over presteren. De Arbeiderspers,
Amsterdam Antwerpen, 2007.

